|
Inheemse
Volken in Noord-Amerika
Ten tijde van het
eerste contact met de Europeanen waren in het Noord-Amerikaanse continent een
zeshonderd verschillende culturen. De inheemse volken die het continent
bevolkten dachten niet over zichzelf als ‘indianen’, maar als leden van
specifieke stammen of ‘bands’, een verzameling van verschillende families of van
een natie.
Ook vandaag
bekijken de meeste indianen zichzelf in eerste instantie als afstammeling van
een bepaalde stam en pas in de tweede plaats als ‘indiaan’. Pan indianisme is
een vorm van supra stamverband die kijkt naar het gemeenschappelijke van alle
inheemse volken, zonder onderscheid te maken tussen specifieke culturen,
achtergronden of talen.
Historisch gezien
zijn er twee gebeurtenissen die aanleiding hebben gegeven tot de geboorte van
dit pan indianisme : enerzijds het systeem van kostscholen, die hele generaties
jonge indianen los van hun stam en familie opvoedden; anderzijds de
verstedelijking van de inheemse volken.
Lees meer
:
http://home.tiscali.be/kwia/tijdschrift/dos49.pdf
Hawai’i
Met de internationale
erkenning van het Koninkrijk Hawai’i in 1842-43, kwam België in relatie met
Hawai’i. Op 4 oktober 1862 werd het Treaty of Amity, Commerce and Navigation
between Belgium and the Hawaiian Islands getekend in Brussel. België nam zoals
vele andere landen het standpunt in dat dit verdrag niet meer geldig is gezien
de annexatie van Hawai’i en de opname als 50ste staat door de VS. In de lente
van 1898 overweegde het congres van de VS om Hawai’i te annexeren na de
omverwerping van het Koninkrijk in 1863. In de Senaat was echter niet de
vereiste 20/ meerderheid haalbaar, en daarom werd een Joint Resolution
ontworpen, wat enkel een intentieverklaring is en zeker geen legaal statuut.
(Alleen inheemse Hawaianen kunnen zich uitspreken over zelfbeschikking in
Hawai’i). In 1959 passeerde het VS Congres de Hawaiian Bill, een
volksraadpleging over het of Hawai’i al dan niet een Staat van de VS wou worden.
Daarbij werden alle inwoners van Hawai’i aangesproken, ook degenen die één jaar
ingeweken waren. In 1963 ondertekende President Clinton Public Law 103-150 (the
Apologize Bill) daarmee verontschuldigde hij zich voor de omverwerping van het
Koninkrijk Hawai’i op 17 januari 1893.
Link
:
http://www.hawaii-nation.org/
Innu
De Innu zijn een inheems volk van
ongeveer 13.000 mensen. Zij zijn bekend onder
de antropologische namen Naskapi of Montagnais. Zij moeten niet worden verward
met de Inuit (Eskimo's), die naast de James Bay Cree Indianen hun buren zijn.
Zowel het woord 'Innu' als 'Inuit' betekent in de eigen taal 'mensen'. De Innu
zijn het laatste semi-nomadische volk van Noord Amerika. Van de herfst tot het
begin van de zomer trekt een deel van hen rond tussen vis- en jachtkampen.
In hun gebied van
beboste heuvels, prachtige meren en rivierdalen vissen de Innu en jagen ze op
onder andere kariboes, bevers, marters, eenden en ganzen. In hun kampen
prepareren ze vachten, roken en bereiden ze hun voedsel, maken ze sneeuwschoenen
en onderwijzen ze de jongere generaties in de oude Innu kennis over hoe te leven
in het noorden. Die kennis is op deze manier al honderden generaties lang
doorgegeven. Dit is het Innu leven. Als het door krachten van buiten wordt
verstoord, wordt het Innu bestaan bedreigd. De sociale problemen (alcoholisme,
zelfdoding, etc.) zijn ongekend groot. Juist tijdens het trekken en jagen in het
binnenland - een activiteit die door het laagvliegen steeds verder wordt
belemmerd - hervindt het volk zijn trots.
Nitassinan, ¨Ons Land¨
De Innu noemen hun
land ¨Nitassinan¨, wat ¨Ons Land¨ betekent. Het gebied valt samen met Labrador
en noord/oost-Québec in Canada. Al 8.000 jaar leven de Innu in dit gebied. Tot
voor kort was er weinig belangstelling voor hun land en zijn hulpbronnen, zodat
ze in staat waren hun traditionele leven te handhaven.
Na de Tweede
Wereldoorlog begon Canada Nitassinan binnen te dringen. Ten behoeve van
waterkrachtcentrales werden de rivieren afgedamd. In veel gebieden werd met
mijnbouw begonnen. Men begon de bossen te kappen. Op Innu-grond werden wegen en
communicatienetwerken aangelegd. En de Canadese regering drong er bij de Innu op
aan dat zij hun leefwijze zouden moeten opgeven en dat zij loonarbeiders en
consumenten moesten worden, net als iedereen. De Innu hebben zich hiertegen
verzet en volgehouden dat zij een soevereine natie zijn; een volk dat nimmer een
verdrag heeft getekend waarin het afstand doet van zijn grondgebied of dat
Canada toestemming verleent om op zijn grondgebied activiteiten te ontplooien.
De Innu willen doorgaan te leven op de manier zoals zij dat altijd gedaan
hebben. Zij willen dat hun soevereiniteit wordt geëerbiedigd.
Landclaims
In januari van 1999
besloot de Innu Nation niet langer mee te praten over de ontwikkelingen bij
Voisey's Bay of Churchill Falls, totdat er nu eindelijk vorderingen zouden
worden gemaakt met de onderhandelingen over landclaims. De Innu zijn al twintig
jaar bezig met onderhandelingen, die telkens afzonderlijk van andere
onderhandelingen moeten worden gevoerd. Volgens David Nuk wordt het tijd dat
zijn volk een resultaat te zien krijgt in plaats van dat men iedere keer weer
het onderspit moet delven in de verdeling van de opbrengsten van grootschalige
projecten die, per slot van rekening, plaatsvinden op grondgebied van de
Innu.
De Labrador Inuit
hebben in januari 1999 een principeakkoord bereikt over hun landclaims. De Inuit
krijgen 15.800 km² van Labrador onder hun beheer en medezeggenschap over een
gebied van 56.000 km² dat Labrador Settlement Area zal gaan heten. Er zijn
afspraken gemaakt om binnen dit gebied het zogeheten Torngat Mountains National
Park op te richten. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de verdeling van de
opbrengsten uit de mijnbouw en olie- en gaswinning.
De Innu willen het
beheer krijgen over ongeveer 25.000km² van Labrador, een gebied dat Innu Land
moet gaan heten. Daarnaast willen zij dat de Canadese en Newfoundlandse
regeringen hun medezeggenschap verlenen over nog een 30.000 km² land; Binnen
deze gebieden willen de Innu het Mealy Mountain National Park oprichten en het
Lac Josheph-Atikonal Ecologial Reserve bij wet geformaliseerd zien. Daarnaast
willen zij ook een bescherming van enkele andere waardevolle natuurgebieden.
De verwachting is dat
in het jaar 2000 ongeveer een derde van het landoppervlak van Canada wettelijk
zal toebehoren aan inheemse volken.
Links :
Innu
Nation :
http://www.innu.ca
Innu Steungroep
Nederland :
http://home01.wxs.nl/~innusupp/innu-nl/index.html
Leonard
Peltier
Op 26 juni 1975
betraden twee FBI-agenten, Jack Coler en Ron Williams, het reservaat Jumping
Bull Ranch-Pine Ridge Reservation-South Dakota, zogezegd om een jonge Indiaan te
arresteren die ze aan het stuur van een rode pick-up hadden gezien. Een groot
aantal aanhangers van de American Indian Movement (AIM) kampeerden toen op het
eigendom. Er brak een vuurgevecht uit waarbij een gezin met kleine kinderen tot
in de vuurlinie werd gedreven. De meer dan 30 aanwezige mannen, vrouwen en
kinderen, omsingeld door meer dan 150 FBI-agenten, SWAT-politieteamleden,
BIA-politie en locale politietroepen, ontsnapten nauwelijks aan de regen van
kogels. Toen het vuurgevecht ten einde was, lag de Indiaan Joe Stuntz levenloos
op de grond. Zijn dood is nooit onderzocht geweest. De FBI-agenten Coler en
Williams waren eveneens omgekomen. Ze waren tijdens het vuurgevecht gewond
geraakt en dan van vlakbij door het hoofd geschoten. De dader is nog steeds
onbekend. De moord op Stuntz en de twee agenten is, zowel voor de mannen als
voor hun families, een absolute tragedie. Toch zijn een oneerlijk proces en een
gevangenisstraf van 2 x levenslang voor een onschuldig man eveneens
onaanvaardbaar.
In zijn brief van 18
April 1991 naar senator Inouye merkte rechter Heaney van het Eight Circuit Court
of Appeals het volgende op : “Het is mogelijk dat de jury Leonard Peltier zou
hebben vrijgesproken, mochten er niet zoveel documenten en gegevens onterecht
achtergehouden geweest zijn voor de verdediging. Die gegevens hadden kunnen
gebruikt worden om de inconsistenties in het pleidooi van de regering te
accentueren
Leonard Peltier werd
uit Canada uitgewezen op basis van een verklaring ondertekend door Myrtle Poor
Bear, een Indiaanse vrouw waarvan geweten was dat ze ernstige mentale problemen
had. Later bekende die vrouw dat ze, geterroriseerd en onder druk gezet door
FBI-agenten, een valse getuigenis had afgelegd.
Er werd ook
essentiële ballistische informatie achtergehouden voor de verdediging, zodat
geen sprake kon zijn van een eerlijk proces. Dankzij de 'Freedom of Information
Act' werden later gedeeltes van die informatie vrijgegeven. In het bijzonder was
er op het proces de getuigenis van Evan Hodge, ballistisch expert van de FBI.
Hij had een extractie spoortest uitgevoerd en onderzocht of de .223 kogelhulzen,
die gevonden waren naast de politiewagen, bij Leonard Peltiers AR-geweer
hoorden. Een ballistisch rapport van de FBI toonde echter aan dat dhr. Hodge de
patroonhulzen al veel eerder had getest, in oktober 1975, waaruit toen bleek dat
geen enkele huls bij het zogezegde wapen van Peltier hoorde.
Het hof duldde niet
dat Peltier’s jury iets te weten kwam over de gebruikelijke FBI-praktijken in
gelijkaardige zaken zoals het gebruik van valse getuigenissen en de intimidatie
van getuigen. Zo was de jury niet in staat om de getuigenissen van de aanklager
correct te evalueren. Nog steeds worden ongeveer 6.000 FBI-documenten volledig
en 5.000 gedeeltelijk achtergehouden voor Leonard Peltier. Deze situatie schendt
zijn recht op toegang tot het rechtssysteem en op een eerlijk proces. Peltier
heeft veel langer in de gevangenis gezeten dan anderen in gelijkaardige
rechtszaken vooraleer ze voorwaardelijk vrijgelaten worden. Toch maakte de
Unites States Parole Commission duidelijk dat ze een voorwaardelijke vrijlating
nog niet eens zal overwegen tot in het jaar 2008, zo'n zes jaar na de datum die
het Congres heeft vastgelegd voor de afschaffing van de Parole Board.
Talrijke
internationaal erkende mensenrechtenorganisaties, zoals Amnesty International,
en burgerrechtenorganisaties eisen de onmiddellijke en onvoorwaardelijke
vrijlating van Leonard Peltier.
In de zaak Leonard
Peltier nam het Europees Parlement resoluties aan op 15.12.1994 en 11.02.1999;
het Belgisch Parlement op 13.03.1997 en 29.06.2000, het Italiaans Parlement op
18.04.1998.
Links
:
KOLA
:
http://users.skynet.be/kola/lpchrono.html
LPDOC :
http://www.whoisleonardpeltier.info
Lubicon Lake
Cree
De 450 Lubicon Lake Cree in Alberta,
wachten reeds meer dan 50 jaar op het reservaat dat hen in 1940 was beloofd. Na
tientallen beloftes en onderzoeken blijven de Lubicon nog steeds een landloos
volk.
Over het hoofd gezien
:
Toen de Canadese
regering op het einde van de vorige eeuw een grote campagne opstartte om
verdragen af te sluiten met de inheemse naties werd het land opgedeeld in
verschillende zones. Per zone werden verdragen gesloten met de verschillende
aldaar levende naties. Het gebied van de Lubicon Lubicon Lake Cree zit aldus
vervat in "Treaty 8". Maar de Lubicon leefden zo geïsoleerd dat ze over het
hoofd gezien werden. Zo verloren ze heel hun grondgebied. Hun rechten werden
genegeerd tot 1940. Toen beloofde de regering van Alberta hen een reservaat van
65km². Daarop wachten de Lubicon nog steeds.
Onuitgegeven
rapport.
Na jarenlange
campagnes en de vele kritieken uit binnen- en buitenland op het beleid van de
Canadese regering, stelden deze in 1985 voormalig Minister van Jusititie David
Fulton aan om een adviesrapport uit te brengen over het Lubicon probleem. En
hoewel de Lubicon het voorstel van de regering aanvaardden om het document als
uitgangspunt te nemen voor verdere onderhandelingen, werd het document nooit
publiek gemaakt.
Wel publiciteit
verkreeg een rapport van het VN Mensenrechten comité dat instaat voor de
naleving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens voor die landen
die de bijhorende protocols geratificeerd hebben. In dit rapport, dat uitkwam in
1990, werd gesteld dat de activiteiten van de Canadese overheid de inheemse
cultuur en levenswijze bedreigde.
In 1988 deed de
federale regering een nieuw, te nemen-of-te-laten voorstel, dat door de Lubicon
werd afgewezen. De regering weigert over dit voorstel te onderhandelen, ook al
verklaarden de Lubicon zich bereid tevreden te zijn met slechts 2% van hun
traditioneel grondgebied, en minder dan 2% van de waarde van de grondstoffen die
op hun grondgebied gewonnen worden. Deze laatste bron van inkomsten is voor hen
noodzakelijk om opnieuw een zelf-voorzienende economie te kunnen opbouwen.
Verenigde Naties :
mensenrechtencommissie
In maart 1990 beslist
het VN-mensenrechten comité de eis van de Lubicon in belangrijke mate te
ondersteunen. Zij stellen dat de huidige praktijken van de overheid een gevaar
betekenen voor het voortbestaan en de cultuur van de groep..
Olie
ontginning
Sedert 1998 zijn bedrijven begonnen
met boren naar olie in Alberta, onder andere in het gebied dat in aanmerking
komt als reservaat voor de Lubicon. De boringen brengen grote schade aan aan het
milieu.
In 2002 - 2003 werden ongeveer 1800 olie- en gasputten gedolven in het gebied
dat in aanmerking komt voor de Lubicon als reservaat.
In 2007 dient TransCanada bij de Alberta Utilities Board een aanvraag in om de
oliezandgronden te ontginnen in het gebied dat in aanmerking komt voor de
Lubicon als reservaat.
Links
:
Friends of the Lubicon :
http://www.tao.ca/~fol/
Navajo
Het voortdurende
gevecht van de Navajo Natie tegen de uraniumontginning
Meer dan 50 jaar lang
werd er uranium ontgonnen op het reservaat van de Navajo en de invloed daarvan
is nog steeds voelbaar. Het land is bezaaid met radioactief afval en honderden
verlaten mijnen die niet werden opgekuist.
Er zijn maar enkele
onderzoeken verricht naar de gevolgen voor de gezondheid van de gemeenschappen
die op het reservaat leven, maar een groot aantal Navajo lijden aan kanker en
ademhalingsproblemen. Eén studie wees uit dat het aantal kankergevallen onder
Navajotieners die in de buurt van mijnafval wonen 17 keer hoger is dan het
landelijke gemiddelde. Er wonen meer dan 180.000 mensen op het Navajo Reservaat.
Meer dan de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens.
De
Nuclear Regulatory Commission (N.R.C.)
is van plan om chemicalën te spuiten in de onderaardse waterlagen die grenzen
aan de watervoorraad van de gemeenschap. Die chemicaliën weken het uranium los
van de rots in de ondergrondse waterlaag , waardoor er eigenlijk een giftig
mengsel ontstaat. Het moederbedrijf Hydro Uranium Resources, (HRI) werkt al 30
jaar met deze technologie in Zuid-Texas. En het is die ervaring die ze hier
gaan benutten om uranium te ontginnen.
HRI gebruikt
natuurlijk grondwater om het uranium los te weken. Het water wordt aan de
oppervlakte gebracht, en er wordt zuurstof toegevoegd en mogelijk wat sodium
bicarbonaat,daarna wordt het terug in de grond gespoten. Door het pompen van
opgeloste zuurstof en sodium bicarbonaat in de rotsen verhoogt de concentratie
van uranium bijna 100.000 keer. Dus vertrek je van zuiver water van een zeer
goede kwaliteit, en je maakt er een giftige soep van. Niemand kan het nog
drinken.
Het bedrijf moet er
ook voor zorgen dat er niets wegsijpelt van dat goedje, want het is een vergif.
Hydro Resources C° verklaart dat experts en hydrologen aangetoond hebben dat
die vervuiling de drinkbronnen in minder dan 7 jaar zal bereiken. Als deze
ontginning van start gaat, zal ze de enige bron van drinkwater voor 15.000
mensen vernietigen. Volgens de Navajo
zijn doorheen de jaren talrijke onderzoeken gedaan naar de gezondheid van
uraniumarbeiders en –mijnwerkers, ondergrondse mijnwerkers verspreid over het
Colorado Plateau. Die studies hebben duidelijk aangetoond dat mijnwerkers in
veel grotere mate dan de doorsnee bevolking lijden aan longkanker en
ademhalingsziektes.
De Navajo hopen dat
ze in staat zullen zijn om de natuurlijke hulpbronnen te blijven beschermen.
Links:
http://www.navajo.org
http://www.blackmesais.org/
Western Shoshone
Het Western Shoshone
volk zijn bewoners van het grote bekken van de VS (Nevada en de omliggende
staten : Californiê, Idaho en Utah) en noemen zichtzelf ‘Newe’. Voor de overname
van het Territorium van Nevada door de VS was het territorium ingelijfd bij
Mexico. Volgens het Verdrag van Guadelupe Hidalgo van 1848 is de VS wettelijk
verplicht de inheemse grondrechten te respecteren in het grootste deel van het
zuidwesten met inbegrip van de Western Shoshone Natie (Newe Sogobia).
De invloed van blanke
kolonisten met de ontdekking van goud in Californië (1848) en zilver in Comstock
(1857) en de daarop volgende conflicten, leidde tot het “Verdrag van Vrede en
Vriendschap”- “The Treaty of Ruby Valley”. In dit verdrag werd het territorium
van de Western Shoshone vastgelegd, maar droeg geen bezittingrechten over aan de
VS. In de jaren 1870-1880 werden de Western Shoshone gedwongen in reservaten en
kolonies te leven.
In 1961 overtuigde de
BIA enkele Western Shoshone (waaronder de Temoak Band) om een verzoek tot schade
in te dienen bij de Indian Claims Commission (1946). Onder het voorwendsel dat
de Temoak Bank (30%) voor alle Western Shoshone sprak, besliste de ICC in 1962
dat het Western Shoshone Volk de grondrechten bezaten, maar deze geleidelijk
kwijt waren geraakt door blanke kolonisatie. Op 1 juli 1972 werd de waarde van
het land bepaald. Ondanks sommige Western Shoshone verenigd in de Western
Shoshone Legal Defence and Education Association, de procedures van de ICC
wilden stoppen werd hen een vergoeding van $ 26-miljoen toegekend. Zij weigerden
dit bedrag te aanvaarden. Dit geld wordt nu beheerd door het Departement van
Binnenlandse Zaken.
Subkritische
kernproeven
President Bush
ondertekende in 1992 het ‘Nucleair Test Moratorium’. Ondanks het einde van de
Koude Oorlog wil het VS Departement voor Energie (DOE) het nucleaire
test-labo-complex op de Nevada Test Site – Western Shoshone grondgebied
moderniseren. Per 18 juni 1996, werd een eerste serie van 4 subkritische
kernproeven geplant. Het Western Shoshone Volk protesteerde heftig tegen deze
testen. Bij subkritische kernproeven komt plutonium 239 vrij, er is echter geen
sprake van een kernexplosie. Toen de derde subkritische proef werd uitgevoerd,
werd het Western Shoshone volk in hun protesten gesteund door milieuactivisten
uit Nevada, New Mexico, Californië en Japan. Het Departement van Energie is in
mei-juni 1999 begonnen met het vernieuwen van alle elektronische apparatuur. De
aanwezige voorzieningen worden gemoderniseerd, zodanig dat er meer personeel kan
aangeworven worden om in de ondergrondse labo te werken.
-Goudontginning
60% van al het goud
in de VS wordt ontgonnen in Nevada. Dit is 11% van de totale wereldmarkt en geen
enkele industrie is zo winstgevend als goudontginning.
Vele inheemse
gemeenschappen zijn bekend met de toxische effecten van goudontginning :
haarverlies, loodvergiftiging, kanker, misvormde en doodgeboren babies. Bij de
ontginning komen giftige stoffen in het grondwater terecht. Water besmet met
cyaankaal wordt in daarvoor bestemde vijvers opgevangen met alle gevolgen van
dien voor het wild- en vogelbestand.
Oro Nevada zoekt
naar goud, en omdat prospectie plaats vindt in gebieden minder dan vijf acres,
moeten ze dat alleen laten weten aan de BLM. Maar de schade aan het milieu
blijft niet beperkt tot de tientallen boorputten in het prospectiegebied. Het
transport van materiaal zorgt ervoor dat er overal in het omringende gebied
wegen worden uitgesleten. En de mijnactiviteiten zorgen voor vergiftiging van
het water en verlies van grondwater.
Links
:
http://www.nativeweb.org/pages/legal/shoshone/pamphlet.html
http://www.shundahai.org
Yucca Mountain – Nucleair afval
Ongeveer 77.000 ton
nucleaire afval, bevind zich verspreid over 111 nucleaire reactors, op het
grondgebied van de VS. Huidige wetgeving stelt dat men zelf verantwoordelijk is
voor het stockeren van de nucleaire afval tot de VS regering een permanente
opslagplaats heeft aangeduid. De verantwoordelijken voor de kernafval willen de
federale wetgeving veranderen, zij hebben ervoor gekozen de kernafval te dumpen
in Yucca Mountain – Western Shoshone Grondgebied- en Skull Valley Goshute in
Utah. Men loop nu 15 jaar achter op schema. DOE’s laatstgenoemde streefdatum is
nu: opening in 2012. Een van de stappen in de voltooiing van Yucca Mountain is
het verkrijgen van een vergunning voor deze ondergrondse opslag van de National
Regulatory Commission (NRC). De vergunningaanvraag laat al vier jaar op zich
wachten. Op dit moment geeft DOE aan dat een dergelijke aanvraag nog zeker 18
maanden uitblijft. Voor de vergunningaanvraag is in 2007 $ 12,5 miljoen
uitgetrokken
2009 : De regering van President Obama heeft beslist om te stoppen met het
dumpten van nucleair afval in Yucca Mountain. Het was de bedoeling dat het
gebied zestigduizend ton aan nucleair afval te verwerken zou krijgen.
|