|
|
|
Mijnbouw
Het
verborgen gezicht van uranium
De uraniumisotopen
geven net als andere radioactieve stoffen een ioniserende straling af die sterk
genoeg is om levende cellen te beschadigen of te vernielen. De schadelijke
effecten van radioactieve straling ? kanker, vruchtbaarheidsproblemen en
genetische afwijkingen ? zijn het onderwerp van belangrijke debatten geweest.
Inmiddels zijn de meeste wetenschappers het erover eens dat elke blootstelling
aan radioactieve straling schadelijk is voor de gezondheid.
Het radon-222 gas, dat in grote hoeveelheden vrijkomt bij de
mijnactiviteiten, kan longkanker, bloedziekten, nieraandoeningen en
vruchtbaarheidsproblemen veroorzaken.
Radium-226 is een ander bijproduct van uranium dat afgebroken wordt. Het is een
radioactief zwaar metaal. Blootstelling kan onder andere leiden tot
verschillende vormen van kanker.
Van alle bijproducten van de uraniumafbraak heeft thorium-230 de langste
halveringstermijn: 76.000 jaar. Thorium-230 is bijzonder giftig voor de lever en
de nieren.
Het uraniumerts dat uit de grond gewonnen wordt en verbrijzeld wordt, is
zelfs nog schadelijker dan uranium in zijn natuurlijke staat, omdat het de mens
en de fauna en flora blootstelt aan de radioactiviteit van het uranium zelf en
aan de radioactieve gassen en vaste stoffen die in het milieu terechtkomen.
De mijnwerkers die het uranium naar de oppervlakte halen, lopen het grootste
risico. De afgeleide radonproducten zijn aanwezig in het microscopische stof dat
ze inademen.
De afzettingen met een hoog uraniumgehalte vormen nog een groter risico voor de
mijnwerkers omdat ze hoog radioactief zijn.
De rechten van de autochtone bevolking
De uraniumexploitatie
veroorzaakt net als alle mijnactiviteiten ook problemen voor de rechten van de
lokale bevolking. Maar het probleem van uraniummijnen is nog prangender omdat
het de lokale bevolkingsgroepen, die al erg kwetsbaar zijn, in gevaar brengt.
Dat is het geval voor de Inuit in Canada, de Navajo-indianen in de Verenigde
Staten, de Aboriginals in Australië en de Toearegs in Niger.
De inplanting van grote industriële sites brengt diepgaande veranderingen en een
hoop nefaste gevolgen voor de plaatselijke bevolking met zich mee: een toename
van ziekten en sociale destabilisatie, om nog maar te zwijgen van de
blootstelling aan vervuiling.
België
belangrijke uraniumverbruiker
België heeft
verschillende uraniumleveranciers. «We halen de meeste uranium uit politiek
stabiele regio's (Canada, Australië, de Verenigde Staten en Afrika)», legt Luc
Frankignoulle van Synatom uit. Synatom bevoorraadt de Belgische kerncentrales
met uranium. «Per jaar verwerken de centrales ongeveer 100 ton per jaar.» Het
erts wordt niet rechtstreeks naar België vervoerd. Het maakt een tussenstop in
verrijkingsfabrieken, onder andere in het Franse Tricastin in de Rhônevallei.
«De transformatie en verrijking is goed voor 2/3 van de prijs.» Synatom werkt
met middellange en lange termijncontracten met de leveranciers. «Een echte
uraniumbeurs bestaat er niet», zegt Frankignoulle. «De prijs fluctueert wel met
vraag en aanbod. Op dit moment zit de prijs in de lift. Maar invloed op de prijs
van elektriciteit heeft dit niet. Uranium heeft in de totale kost van energie
slechts een aandeel van 5%.»
Ontginning oliezandgronden
Wat verstaan we precies onder teerzand, of
in het Engels oilsands?
Tientallen tot honderden miljoenen jaren geleden is olie
gevormd op de zeebodems. Na verloop van tijd ontsnapte een groot gedeelte van de
olie naar hoger gelegen zandlagen, waar het blootstond aan bacteriële en
weersinvloeden. De olie veranderde wat van samenstelling en mengde zich met
zand. Oliezanden of teerzanden bestaat dan ook letterlijk uit olie vermengd met
zand. De grondstof die in vaktermen bitumen heet, lijkt een beetje op teer. Uit
4.000 kilo van het teerzand kan na raffinage een vat olie van 159 liter gehaald
worden.
Hoeveel
vaten kunnen dat er in de toekomst worden gewonnen?
In totaal verwacht men dat 315 miljard vaten aan teerzand
uiteindelijk gewonnen kunnen worden.
Het meest optimistische scenario qua productie van de olie-industrie zelf is de
unconstrained case van de CAPP welke een productie van 4 miljoen vaten
per dag in 2020 voorziet. Dat is minder dan 4% van de totale verwachte vraag van
ongeveer 120 miljoen vaten in dat jaar. Volgens onderzoek uitgevoerd aan de
Zweedse Uppsala Universiteit getiteld “Canada’s oil sands resources and its
future impact on global oil supply“ kan de productie maximaal stijgen naar 6
miljoen vaten per dag tegen 2035.
De
exploitatie van oliezand heeft een onmiddellijke weerslag op het ecosysteem,
zowel dat van de Canadese provincie Alberta als dat van de ganse planeet. In
Alberta verwoesten de gigantische machines al het woud, de veengebieden, de
rivieren, kortom het gehele natuurlijke landschap gaat eraan. De aanwezige
dieren gaan dood of vluchten weg als ze geluk hebben.
De
mijnindustrie beweert dat ze na uitputting van de zandlaag de oorspronkelijke
toestand zullen herstellen en dat ze daarom het afgegraven materiaal opslaan.
Wie gelooft dit? Hoe kan je een berg aarde en rotsen met een dikte van gemiddeld
60 meter en zo groot als tweemaal de Benelux ergens opslaan, samen met
uitgerukte bomen, struiken, turflagen, mossen, kreupelhout en zo meer? En waar
blijf je met miljoenen spinnen, wormen, kevers, vlinders en alle mogelijke
kleine fauna? En zwemdokken vol vis? En de vogels? En de zoogdieren?
Een
andere bewering van de industrie is, dat het ecosysteem zichzelf herstelt zodra
de activiteiten stoppen. De realiteit is anders. De eerste oliezandmijn in
Alberta is meer dan 30 jaar oud en er is geen teken van leven meer, zelfs niet
op de plekken die al tientallen jaren ongemoeid zijn gelaten.
Daarbij
komt nog, dat voor elk vat ruwe olie dat uit zand gewonnen is, er ca 80 kilo
broeikasgassen in de atmosfeer terechtkomen en dat meer dan 600 liter afvalwater
gedumpt wordt. Dat water is sterk bevuild met olie en andere schadelijke
stoffen. Door deze factoren, gassen en afvalwater, heeft de activiteit in Canada
een negatieve impact op het planetaire ecosysteem.
Nochtans heeft Canada het Kyoto-protocol geratificeerd. Dat houdt de belofte in,
tegen 2012 de emissie van broeikasgassen met 6% te verminderen ten opzichte van
het jaar 1990. Wat stellen we vast? Dat in 2002 de uitstoot van broeikasgassen
in Canada is toegenomen met 24% t.o.v. 1990…
Dat is
de keerzijde van de oliezandmedaille. Als Canada echt tegen 2010 olieleverancier
nummer 1 van de wereld wil zijn, zullen maatregelen moeten worden genomen om het
milieu te beschermen. Dat klinkt mooi, maar we vragen ons werkelijk af hoe je de
geciteerde verwoestingen kunt vermijden.
Link
:
http://oilsandstruth.org/topics/water?page=1
http://www.catapa.be
|
|